Wat is capoeira?

De oorsprong van Capoeira

Capoeira bestaat uit de elementen vechtsport, dans, muziek & acrobatiek. Capoeira is ontstaan onder de slaven in Brazilië als een manier om zich lichamelijk en mentaal te ontwikkelen met als doel zich te verdedigen tegenover hun slavendrijvers.

Capoeira nu

Tegenwoordig is Capoeira een wereldwijd bekende en gerespecteerde vechtsport. Capoeira is voor jong en oud, mannen en vrouwen en is een lust voor het oog. Capoeira wordt begeleid met typisch Braziliaanse instrumenten: de berimbau, de pandeiro, de caxixi, atabaque en de agogô. Daarbij worden er traditionele liederen uit de slaventijd gezongen die iedereen makkelijk mee kan doen.

Muziek en Instrumenten

Muziek is een essentieel onderdeel van de Capoeira, de instrumententen die hiervoor gebruikt worden komen grotendeels oorspronkelijk uit Afrika. De instrumenten die tijdens het Capoeira spel (=roda) gebruikt worden zijn; de Berimbau, Atabaque, Pandeiro, Agôgo en Recoreco. De ritmes die tijdens de roda gespeeld worden zijn van afro-Braziliaanse afkomst en bepalen welk spel er wordt gespeeld, bijvoorbeeld Angola, Regional en Iuna.

Bij de roda, het capoeira-spel begint de Gunga als eerst met muziek spelen, de Gunga wordt meestal gespeeld door de meest gevorderde capoeirista binnen de roda, de Medio en Violo vallen na ongeveer 4 tot 8 keer na het spelen van het ritme in, zodat de roda leider het ritme aan kan geven, vervolgens start de atabaque, pandeiro en Agôgo en Recoreco.

Berimbau

De berimbau is een snaarinstrument die meer dan 2000 jaar bestaat en oorspronkelijk uit Afrika komt. De berimbau bestaat uit een buigzame, houten stok, een ijzeren draad, een kalabas (cabaca). Er wordt gespeeld met een stokje (baqueta) en een steen (pedra) of munt (dobrão).

Er zijn drie verschillende soorten berimbaus:
1. Gunga: de bas die gebruikt wordt voor basisritmes.
2. Medio: wordt ook gebruikt voor basistonen die af en toe afgewisseld worden.
3. Viola: de hoge berimbau die gebruikt wordt voor de solo.

Atabaque

De atabaque is een trommel die oorspronkelijk uit Angola komt en wordt gebruikt tijdens Capoeira en ook tijdens religieuze ceremonies van Candomble, Macumba in Brazilië.

Pandeiro

De pandeiro is een tamboerijn die het tromgeluid ondersteunt. De pandeiro verschilt eigenlijk niet van onze gewone tamboerijn. Vaak worden er ook verschillende tamboerijnen tijdens het spel bespeeld.

Agogo

De agogo is een instrument dat gemaakt wordt door 2 holle kokosnoten op een stok te bevestigen. Het geluid ontstaat door met een stokje tegen de kokosnoten te tikken. De agogo wordt voornamelijk gebruikt tijdens het snelle capoeira-spel maar neemt wel steeds een minder voorname plaats in dan bijvoorbeeld de berimbau. In onze moderne tijd bestaan er ook metalen agogo’s. Dit is dan eigenlijk een soort dubbele koebel.

Reco-reco

Dit is een stevig stuk bamboe-hout van ongeveer 25 cm lang waarin inkepingen gemaakt worden om een soort rasp te verkrijgen. De klank wordt gevormd door met een stokje over de inkepingen te wrijven.

De liedjes

De muziek bepaald het tempo en het soort spel dat gespeeld wordt. Er zijn verschillende soorten liedjes die in de roda gezongen kunnen worden. Veel liedjes zijn een soort van vraag en antwoord spel (de quadras en corridos), andere zijn meer een soort van verhaal dat gezongen wordt (Chula of ladainha).

Corrido

Corridos worden gezongen tijdens het spel. Het is een liedje dat het ritme sneller maakt. De corrido is een vraag en antwoord-liedje. De voorzanger zingt de vraag, het eerste gedeelte van een liedje en het koor zingt het refrein. Het refrein kan een herhaling zijn van de vraag van de voorzanger, maar het kunnen ook steeds dezelfde refreinen zijn of een herhaling van een gedeelte van de vraag van de voorzanger. De gezongen tekst kan overal over gaan, het dagelijks leven, capoeira, mestres etc. Er zijn veel verschillende corridos. Meestal worden er corridos gezongen bij de volgende ritmes: São Bento Grande, Cavalaria, Amazonas, São Bento Pequeno, het zijn in ieder geval altijd de snellere ritmes.

Quadra

Letterlijk vertaald: vierkant. Zoals de naam al aangeeft bestaat het quadra uit een simpele strofe gevolgd door het refrein dat uit vier regels bestaat.

Ladainha

Heeft een langzaam ritme. De ladaina opent meestal de angola roda en wordt vaak gezongen door de meest gevorderde capoeirista die aanwezig is. De ladainha zijn vaak beroemde liedjes die door mestres geschreven zijn. Als luisteraar moet je echter goed opletten want de ladainha kan ook ter plekke geïmproviseerd worden en bevat soms een uitdaging aan iemand om te spelen. De ladainha wordt meestal opgevolgd door een Chula.

Chula

Dit is een kort liedje. Normaalgesproken wordt dit geïmproviseerd. De voorzanger opent de chula en het koor beantwoord zijn vraag door zijn woorden te herhalen. Meestal wordt in de chula een lofzang gehouden op meesters in capoeira, de plaats waar men geboren is, historische feiten of God.